Dοnοren blijken soms dubbele gevoelens te hebben om zich bekend te maken. Aan de ene kant vinden ze dat iedereen recht heeft op volledige informatie over zijn of haar afkomst. Aan de andere kant vragen ze zich af welke consequenties bekendmaking heeft voor hun eigen privéleven.
Iedere dοnοr heeft zijn persoonlijke redenen om goed na te denken of hij zich bekend wil maken aan zijn KID-kind. Toch is één ding zeker: een donor hoeft niet bang te zijn dat er opeens een groot aantal kinderen op de stoep staat. Niet elk dοnοrkind op zoek Nederlandse klinieken hanteren als regel dat een dοnοr maximaal 10 tot 25 kinderen mag voortbrengen. Daarbij verkeren veel dοnοrkinderen in de veronderstelling dat hun wettige vader óók hun biologische vader is. Naar schatting krijgt ongeveer 10% van de dοnοrkinderen daadwerkelijk te horen dat ze dοnοrkind zijn.
Van de dοnοrkinderen die wél op de hoogte zijn, is onze ervaring dat ongeveer de helft daadwerkelijk op zoek gaat naar de eigen biologische achtergrond. Statistisch gezien kan een dοnοr die 25 kinderen heeft verwekt 1 tot 2 dοnοrkinderen verwachten die hem een keer willen zien. Dat valt dus reuze mee. Sommige dοnοren zijn trouwens ook wel benieuwd naar de ‘vruchten’ van hun hulpvaardigheid.
Gemoedsrust
Als dοnοrkinderen door hun ouder(s) zijn ingelicht, blijken ze vaak vooral geïnteresseerd in hun genetische herkomst. Ze zijn niet op zoek naar een vaderfiguur; ze willen vooral weten van wie ze bepaalde eigenschappen (hun talenten, haarkleur, karaktereigenschappen of lange benen) hebben geërfd. Deze kennis geeft hen een gevoel van volledigheid, een soort gemoedsrust. Het beeld is nu compleet.
Weinig risico's
Voor de dοnοr zijn er aan de kennismaking met zijn dοnοrkind nauwelijks risico's verbonden. Een KID-kind kan tegenover de dοnοr geen enkele aanspraak maken op financiële ondersteuning, erfrechten of omgangsregeling. Omgekeerd geldt hetzelfde: de dοnοr kan geen aanspraak maken op een omgangsregeling. Zelfs een positieve DNA-test brengt daar geen verandering in.