BINNENLAND
Spermadonor mag voorlopig anoniem zijn
|
Van onze verslaggeefster
Ellen de Visser
Spermadonoren die niet willen dat hun persoonlijke gegevens bekend worden, mogen voorlopig anoniem blijven. Alleen medische gegevens en een aantal sociale gegevens kunnen op verzoek van het kind worden vrijgegeven. Die gegevens worden centraal geregistreerd. Dat is de strekking van het wetsvoorstel dat het kabinet vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Uit onderzoek blijkt dat de helft van de donoren afhaakt als hun anonimiteit niet is gewaarborgd. Desondanks vindt het kabinet het belang van het kind om zijn afstamming te kennen, een groot goed. Spermabanken moeten daarom (toekomstige) donoren beter voorlichten over de mogelijke gevolgen van hun anonimiteit voor de kinderen die door kunstmatige inseminatie met donorzaad (MD) worden verwekt. Als nieuw onderzoek over twee jaar aantoont dat de houding van donoren ten gunste is veranderd, zal de anonimiteit alsnog worden opgeheven.
Het wetsvoorstel donorgegevens kunstmatige inseminatie werd zes jaar geleden al ingediend door de toenmalige ministers van Justitie en Volksgezondheid. De Kamer bleek echter gevoelig voor de bezwaren van de spermabanken die waarschuwden voor lange wachtlijsten door schaarste aan donoren.
Uit onderzoek dat het afgelopen jaar op verzoek van de Kamer werd uitgevoerd, blijkt dat die angst terecht is: slechts eenderde van de huidige donoren is bereid het donorschap voort te zetten als de anonimiteit wordt opgeheven. Donoren vrezen voor juridische consequenties en willen liever geen emotionele band met de kinderen.
De gevolgen van die anonimiteit voor de KID-kinderen zijn onduidelijk. Onderzoek ontbreekt omdat maar weinig kinderen weten dat ze door KID zijn verwekt. In Nederland wordt sinds 1948 MD toegepast, aanvankelijk alleen bij heteroseksuele paren van wie de man onvruchtbaar was. Sinds het begin van de jaren zeventig komen ook alleenstaande moeders en lesbische stellen voor inseminatie met donorzaad in aanmerking. Naar schatting zijn er in Nederland tussen de 35- en 40 duizend KID-kinderen.
Sinds een paar jaar hanteren de meeste klinieken een ‘tweelokettensysteem’: ouders kunnen kiezen tussen sperma van een anonieme donor uit het A-loket, of van een donor die zich op termijn bekend wil maken uit het B-loket. Van de A-donoren is alleen een donorpaspoort beschikbaar waarin een aantal algemene gegevens staan. Van de B-donoren wordt bij de notaris een akte met persoonlijke gegevens opgemaakt die het kind op zijn zestiende kan opvragen. Van de A-donoren worden meestal vijf jaar na de geboorte van het laatste kind de gegevens vernietigd.
Spermabanken denken dat met dat keuzesysteem de gewenste openheid vanzelf zal ontstaan. Het aantal B-donoren neemt langzaam toe, maar kan de terugloop aan A-donoren nog niet compenseren.
Een bijkomend probleem is het feit dat met sperma van een B-donor veel minder vrouwen kunnen worden geïnsemineerd. Het sperma van een anonieme donor wordt ongeveer 25 keer gebruikt. Een donor die zichzelf later wil bekendmaken, bepaalt zelf hoeveel inseminaties er met zijn sperma mogen plaatsvinden. Vaak zijn dat er niet meer dan vijf.
‘Ik fantaseer al jaren over mijn vader’
Ruben (19), KID-kind:
‘Toen ik twaalf was, heeft mijn moeder wat summiere gegevens over mijn biologische vader opgevraagd en aan me voorgelezen. Hij is geboren in 1946, heeft blond, steil haar en grijsgroene ogen. Zijn bloedgroep is 0-positief en hij is 1 meter 86 lang. Toen hij donor was, werkte hij als laborant, misschien wel in de kliniek waar mijn moeder is geweest. Hij was getrouwd en had drie kinderen.
‘Mijn moeder was een van de eerste bewust ongehuwde moeders die met donorzaad is geïnsemineerd. Ze heeft mij al heel snel over mijn afkomst verteld. Ze wilde geen man, maar een kind was heel welkom, zei ze.
‘Ik heb haar wel eens verweten dat ik te gewenst was. Een kind heeft recht op een vader en een moeder, en op een gelukkig leven.
‘Toen ik ouder ‘werd, kreeg ik flinke problemen. Ik was kwaad op mijn moeder, op mijn vader, wie dat ook was, maar vooral op het systeem dat mensen in staat stelt om zo kinderen te krijgen. ‘Buitenstaanders zeggen: als die mogelijkheid er niet was geweest, had jij niet bestaan. Er is een periode geweest dat ik ervan overtuigd was dat ik dan beter af was geweest. Sinds een halfjaar heb ik een aantal dagen in de week therapie. Daar leer ik de situatie te accepteren.
‘Misschien maakt het uit dat ik altijd alleen ben geweest met mijn moeder. Een sociale vader heb ik nooit gehad. Ik heb brieven gekregen van KID-kinderen met twee ouders. Zij waren wél gelukkig en ik kreeg de indruk dat ze mij ondankbaar vonden.
‘Een tijdlang heb ik het contact met mijn moeder verbroken. Nu gaat het beter tussen ons, maar over dit onderwerp komen we nog niet nader tot elkaar. Het blijft te gevoelig.
‘Twintig jaar geleden bleven spermadonoren altijd anoniem. Ik zal mijn vader dus waarschijnlijk nooit leren kennen. Ik kan me best voorstellen dat donoren bang zijn dat kinderen een financiële en een emotionele band met hen willen. ‘Maar dat zal niet zo snel gebeuren. Ik zou niet iedere week bij mijn vader op de stoep gaan staan. Er is immers geen vader-zoon relatie. Hij heeft mij niet opgevoed.
‘Wat ik zou willen weten, is hoe hij eruit ziet hoe hij ruikt, hoe zijn stem klinkt, hoe hij beweegt. Al jaren fantaseer ik over hem. Er zit een soort leegte in me, er is een deel van mezelf dat ik niet ken.’
‘Mijn kinderen hadden mij moeten kunnen ontmoeten’
Bart (40), voormalig spermadonor: ‘Vijftien jaar geleden werd mij door een kliniek gevraagd of ik spermadonor wilde worden. Ik ben altijd bereid een ander te helpen. Dat het verzoek op het seksuele vlak lag, maakte voor mij geen verschil. Ik heb destijds te horen gekregen dat ik anoniem zou blijven, maar niemand heeft eigenlijk gevraagd hoe ik daarover dacht.
‘Ik was me nooit bewust van de gevolgen voor de kinderen. Ik dacht dat ze gelukkig en tevreden opgroeiden. Tot ik twee jaar geleden een brief van Ruben las, achterop de VPRO-gids, waarin hij vertelde dat hij zoveel moeite heeft met zijn herkomst. Toen realiseerde ik me dat er mogelijk ook kinderen van mij rondlopen die niet eens de kans hebben om erachter te komen wie ik ben.
‘Daarom heb ik twee maanden terug een brief geschreven aan de kliniek waar ik spermadonor was. Ik heb mijn huidige adres doorgegeven en verzocht dat bekend te maken aan eventuele kinderen van mij die zich zouden melden.
‘Maar de directeur van de kliniek liet mij weten dat dat niet mogelijk was. Toentertijd was met de vrouwen en de donoren afgesproken dat volledige anonimiteit was gewaarborgd. Ondanks de veranderde publieke opinie wilde hij zich daaraan houden. Mijn gegevens bleken vernietigd.
‘Ik vind dat onzorgvuldig en het raakt me op een gevoelig punt. Een kliniek heeft niet het recht om een kind zijn vader te onthouden. Ik weet nu hoe belangrijk het’ voor een kind kan zijn te weten wie zijn biologische vader is. Ook adoptiekinderen of kinderen van Canadese militairen zoeken vroeg of laat hun verwekker.
‘Eigenlijk vind ik dat alle donoren uit de anonimiteit moeten treden in het belang van de kinderen. Een ontmoeting kan toch geheim blijven? Je hoeft je omgeving er dan niet mee lastig te vallen. Ik had graag gewild dat mijn kinderen de kans hadden gekregen om mij te ontmoeten, al was het maar een keer. Ook al heb ik ze nooit gezien, er blijkt toch een genetische band te bestaan die niet zomaar valt door te knippen.’ EdV